IN MEMORIE BART JANSEN POST 7-17

31-03-2022 19:11

In memoriam Bart Jansen 7-17

Tonny, familie, vrienden, geachte aanwezigen.

Mijn naam is Ger Pastoor, ik was in 1985 Commandant van de eenheid, Dutch Infantry Company IV,DIC IV, waarmee Bart in Libanon diende.

Het komt hard binnen als je met je zoon, voor zijn verjaardag, even een paar dagen naar Berlijn gaat en je daar een berichtje ontvangt dat Bart Jansen is overleden. Je doorzoekt je geheugen, wie was Bart en je gaat terug naar 1985. Bart was een van de mannen die in februari 1985 op het opleidingsdetachement Libanon in Veldhoven werd geplaatst, om onder mijn leiding te worden geselecteerd en opgeleid voor uitzending. Jonge mannen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar, dienstplichtigen, die zich bereid hadden verklaard om naar Libanon te gaan om daar iets van hun diensttijd te maken in dienst van de Vrede. Mannen met een zeker idealisme maar ook met een avontuurlijke inslag, mannen die een andere diensttijd wilden dan de standaard, mannen die zich wilden inzetten voor de vrede in het midden oosten maar ook iets wilde zien van de wereld. Nederland had inmiddels de sterkte van een bataljon teruggebracht naar een compagnie. Ik had in 1977 en 1978 een jaar gediend bij de VN en had de inval van de Israëliërs in maart 1978 meegemaakt en ben betrokken geweest bij de oprichting van UNIFIL. Ik heb de eenheden van de Zweden, Noren en Nepalezen het gebied binnengebracht waar later DIC IV terecht zou komen. Ik kende het gebied en was op de hoogte van de risico’s en gevaren. Met mijn team aan kader mochten we selecteren en opleiden, mijn ervaringen als waarnemer bij UNTSO kwamen goed van pas.

Veldhoven, het opleidingscentrum, was Libanon, zodra je de poort binnenkwam was je in Libanon en gedroeg je je ook zo, dezelfde veiligheidsregels, hetzelfde gedrag. Bart kwam door de selectie en opleiding en mocht mee, hij werd ingedeeld op post 7-17, een post gevestigd in een huis te midden van de sinaasappels en mandarijnen, een post aan de verbindingsweg tussen de kust en 7-4, het hoofdkwartier van onze eenheid DIC IV, een post met veel beweging en activiteit, iedereen kwam er langs op weg naar Majdal Zun.

Was het tot aan onze komst rustig in het gebied, met de terugtrekking van de Israëliërs, van de Litanie rivier naar Israël op Koninginnedag 29 april 1985, veranderde de situatie totaal. Wij waren koud in Libanon en hadden het gebied net overgenomen van DIC III. Op 29 april hadden we ook het eerste incident, een balorige Israëli gooide een rookhandgranaat in het waarnemingskotje van 7-1A. Gelukkig een rookhandgranaat en hield de wacht zijn hoofd koel, maar het was wel schrikken. Het rustige gebied van DIC IV veranderde in het gebied waar de confrontaties tussen het Libanees verzet en het door Israël gesteunde Zuid Libanese leger van majoor Haddad plaatsvonden. Problemen over triviale zaken als surfplanken en pindakaas veranderde ineens in problemen over zandzakken, cement en ander veldversterkingsmateriaal. Kijksleuven werden kleiner, gaas om het kotje, meer zandzakken etc. alles om de veiligheid van de mannen te verhogen. De spanning nam toe evenals het aantal incidenten. Je kwam alleen nog maar aan het strand als je zandzakken ging vullen. De rustige periode die heerste sinds de Israëlische inval in 1982 was voorbij, het was gespannen. Incidenten en beschietingen waren de orde van de dag.

De gijzeling van de patrouille van sergeant Ad de Haan, de twee bomauto’s bij sergeant Albert van den Eijnde, de overval en wapenroof op post 7-2, zo kan ik nog wel even doorgaan. Ook Bart kreeg hiermee te maken. Ook post 7-17 kreeg te maken met een overval en Bart kreeg een, op zijn collega buitgemaakt, pistool op zijn hoofd gedrukt. Daar kun je niemand op voorbereiden, dat is niet voor te oefenen. Je denkt dat je einde is gekomen. De een reageert hier laconiek op, praat er over en verwerkt het, de ander slaat het op en verdringt het, maar het blijft zitten en vreet aan je en verandert je langzaam. Als je later, na terugkeer in Nederland, ook nog eens een ongeval krijgt dat ook de nodige schade oplevert wordt je leven er niet makkelijker op. Voor ons destijds was Bart een van ons, een zachtaardige goede jongen maar ook net zo’n boef als alle andere 20-jarigen. Op zoek naar de randen van het mogelijke en toelaatbare. Uit de verhalen die ik nu hoor komt dat ook naar voren. Denken dat je hasj koopt van een lokale Libanees, iets waarvoor hij overigens teruggestuurd had kunnen worden, en het blijkt alles te zijn behalve goede hasj. Duistere zaken met Nasser, een Libanees rijbewijs voor 100 dollar en een pasfoto.

Ik nam ze mee als jonge mensen, kinderen nog, ze kwamen terug als volwassenen.

Kort voor terugkeer liep het aantal incidenten op, zeker nadat men gehoord had dat er geen opvolging meer zou komen uit Nederland en alles erop gericht was om met zijn allen veilig thuis te komen. Ik zal nooit de woorden van de bevelhebber, generaal Roos, vergeten bij mijn vertrek; ‘Gerrit breng ze allemaal levend terug, het is me geen gebroken been waard, laat staan een dode Nederlander’. Dat is ons gelukt maar er waren er toch een aantal, onzichtbaar, beschadigd.

Onze waarschuwing naar Nederland dat sommige mensen het toch wel heel erg moeilijk hadden werd niet serieus genomen. Het direct na terugkeer hier geen aandacht aan besteden heeft sommigen van ons geen goed gedaan. Je ging met verlof en daarna terug naar je onderdeel of je verliet de dienst met groot verlof. Pas op de eerste reünie in de Bosch, een jaar later, zagen we elkaar weer terug. Het eerste moment om met je maten je ervaringen te kunnen bespreken en verwerken. Veel mensen in Nederland begrepen niet wat we hadden meegemaakt en spraken daar erg badinerend over met als gevolg dat je er maar niet meer over sprak. Dit terwijl er over spreken een van de beste vormen van verwerken is. Toen later de schade zichtbaar werd was het voor velen te laat.

Zo ook voor Bart, Bart kon er niet mee overweg en kwam in de knoop met zichzelf, het ongeval had ook schade aangericht. Bart was gewond door Libanon en zijn ongeval, hij was geestelijk gewond. Hij had recht op erkenning maar het ging hem te ver om zelf deze erkenning, het Draaginsigne gewonden, aan te vragen. Veelvuldige behandelingen voor PTSS en niet aangeboren hersenletsel brachten geen verbetering in zijn geestelijke situatie. Uiteindelijk is Bart op 18 maart jongstleden in de kliniek overleden.

Eindelijk, 37 jaar na terugkeer, kwam er rust in zijn hoofd, op een moment dat de wereld weer in vuur en vlam staat en een machtswellusteling bezig is een volk over de kling te jagen. Deze oorlog, die geen oorlog mag heten, greep hem ook aan evenals velen van ons, je weet wat het brengt, je kent de resultaten en sommige mensen krijgen herbelevingen van hun eigen missies. We weten niet wat de invloed van deze oorlog in Oekraïne is geweest op de geest van Bart, was dit de druppel te veel, wie zal het zeggen. De enige zekerheid die we hebben is dat we weer een maat missen, dat er bij de reünie volgend jaar weer een baret met naam extra ligt op de tafel waar we aandacht besteden aan hen die niet meer onder ons zijn.

Tonny ik heb diep respect voor je, 30 jaar was je een maat voor Bart en heb je hem met zijn problemen liefdevol opgevangen en samen jullie passies gedeeld, dieren en volkstuin. Bart had een zaak lopen tegen de staat over Libanon, deze eindigt nu, er blijft niets anders over dan herinneringen. Herinneringen aan Bart, aan een goed mens, aan een goede maat.

Ook wij, DIC IV, zullen ons Bart herinneren zoals hij werkelijk was, een aardige vent, een maat met zijn hebbelijk- en onhebbelijkheden, een maat waar je op kon vertrouwen en bouwen. Een vent waarmee je appels kon jatten.